Beter investeren in december 2021 dan in januari 2022?

Beter investeren in december 2021 dan in januari 2022?

Uw BV plant om binnenkort een grote investering te doen. Vroeger was het fiscaal gezien dan interessanter om die investering nog voor het einde van het boekjaar te doen in plaats van aan het begin van het volgende. Is dat nu nog altijd zo?

Volledig jaar afschrijven. Een kleine vennootschap die vóór 01.01.2020 een investering deed, kon voor het boekjaar van de investering een volledige jaarafschrijving in kosten nemen. Door aan het einde van het boekjaar nog een grote investering te doen, kon u dus de belastbare winst voor dat boekjaar nog behoorlijk verminderen. Bovendien mocht uw BV haar investeringen tot en met 31.12.2019 meestal ook zogenaamd degressief i.p.v. lineair afschrijven. Daardoor werd het bedrag van de eerste afschrijving verdubbeld.

Voorbeeld. Uw BV deed op 27.12.2019 een investering van € 30.000. Een lineaire afschrijving op 10 jaar leverde dan voor boekjaar 2019 nog een afschrijvingskost op van € 3.000, en een degressieve afschrijving het dubbele, dus € 6.000.

Hoe is het voor boekjaar 2021?

Proportioneel lineair afschrijven. Voor investeringen sinds 01.01.2020 moeten ook kleine vennootschappen die zogenaamd proportioneel afschrijven, lees: in verhouding tot de datum van de investering. Het afschrijvingsbedrag wordt dus kleiner naarmate de investeringsdatum dichter bij de balansdatum ligt. Verder mag uw BV haar investeringen sinds 01.01.2020 ook niet meer degressief afschrijven.

Voorbeeld. Uw BV doet dezelfde investering als in het vorige voorbeeld maar nu op 27.12.2021. De afschrijving voor 2021 is dan maar € 41,09, nl. € 30.000 × 10% × 5/365.

Hoe vroeger, hoe beter? Ja, hoe vroeger u nu investeert, hoe groter de afschrijving. Het verschil tussen een investering in november en in december is wel relatief beperkt.

Voorbeeld. Doet uw BV de investering van € 30.000 op 27.11.2021, dan bedraagt de afschrijving € 295,85, nl. € 30.000 × 10% × 36/365.

Waarom wel nog in 2021 investeren?

Investeringsaftrek. Het tarief van de inventarisaftrek is momenteel 25%. Dat blijft ook zo voor investeringen in 2022, maar dan komt de inventarisaftrek natuurlijk niet in mindering van de belastbare winst van boekjaar 2021. Aangezien de inventarisaftrek niet proportioneel beperkt moet worden, kan dit een reden zijn om de investering toch nog in boekjaar 2021 te doen!

Voorbeeld. Investeert uw BV € 30.000 op 27.12.2021, dan kan ze de belastbare winst voor boekjaar 2021 nog verminderen met € 7.500 (€ 30.000 × 25%). Wacht u met de investering tot januari 2022, dan komt die € 7.500 pas in mindering van de winst van boekjaar 2022.

Bijkomende kosten. Kleine vennootschappen mogen de bijkomende kosten van een investering nog altijd in één keer in aftrek nemen tijdens het boekjaar van de investering. Door nog in 2021 te investeren, kunt u dus ook die bijkomende kosten nog voor 2021 in aftrek nemen.

Let op!  Uw vennootschap heeft geen recht op de inventarisaftrek voor bijkomende kosten die niet geactiveerd en samen met de investering afgeschreven worden.

Herbelegging. Wanneer op 31.12.2021 de herbeleggingstermijn voor de gespreide meerwaarde verstrijkt, en uw vennootschap nog onvoldoende herbelegd heeft, wordt de meerwaarde in één keer belastbaar, in principe tegen een tarief van 29,58%. Bovendien moeten er dan nog nalatigheidsinteresten voor drie jaar betaald worden. Dit kan dus ook een fiscale reden zijn om de investering toch nog in 2021 te doen.